Oktober

Hallo allemaal,

God, het voelt alsof ik in jaren geen blog meer heb gemaakt. Moet je eens zien hoeveel stof er hier ligt. Zie ik nu echt een spinnenweb in de hoek van de kamer? Zet je maar neer in de meest comfortabele zetel die je kan vinden want we moeten praten.

 De reden waarom ik niet zoveel van me heb laten horen is gewoon omdat ik er nog de tijd niet voor had gevonden. Vorige week werd mijn tijd volledig in beslag genomen door het schrijven van de nieuwe aflevering van De Verhalenwevers (als je het nog niet hebt gelezen, zeker doen. Onderaan vind je een link naar de aflevering). Ik ga je er nog niet teveel over vertellen, dat komt nog in een aparte blog.

 Deze week heb ik ook niet de tijd gehad om de heel simpele reden dat ik vanaf deze week overdag werk. Yep, je hoort het goed. Vanaf nu werk ik voltijds, volg ik avondschool, zwem ik, schrijf ik en componeer ik nog steeds muziek. Ik weet dat dat als heel veel klinkt maar ik heb daar nood aan. Waarschijnlijk gaan de komende weken mijn blogs niet op vaststaande dagen verschijnen. Het is eventjes kijken hoe ik mijn vrije tijd het beste indeel zodat ik aan al mijn passies even veel tijd kan geven.

 De komende weken gaat het dus nog eventjes spannend worden, maar ik heb wel een aantal verassingen voor jullie vandaag: Verassing nummer 1: vanaf nu staat er op mijn blog een informatie-pagina. Op deze pagina vinden jullie links naar mijn facebook- en soundcloud-pagina. Daarnaast heb ik ook al mijn publicaties opgelijst (zowel  verhalen die al gepubliceerd zijn als toekomstige publicaties).

Verassing nummer 2: vandaag krijgen jullie een kortverhaal van mij uit de oude doos. Welke het gaat zijn, ga ik nog niet verklappen. Ik hoop dat jullie ervan gaan kunnen genieten.

Tot zo ver de update. Ik vraag me af: waar zijn jullie op dit moment mee bezig? Houden jullie ook van drukte of spreekt rust jullie meer aan?

Ssht, vertel het niet verder!

Goedemorgen allemaal,

Zoals jullie waarschijnlijk gemerkt hebben heb ik gisteren mijn weekelijkse maandagblog niet online gezet. Dit komt omdat ik op dit ogenblik met een beetje tijdsgebrek zit. Wees gerust volgende week krijgen jullie een dubbele blog. De reden waarom ik nu even geen tijd heb komt doordat ik op dit ogenblik volledig in beslag wordt genomen door een geheim project.

Nieuwsgierig naar dat project? Kom dan snel naar mijn Facebook-pagina De Schrijfsels van Nielse en probeer de raadsels te ontcijferen.

Hopelijk zie ik jullie deze week allemaal daar.

Nielse 

Verrassingsblog – Het Vragenuurtje

Goede namiddag allemaal.

Je hebt er lang op moeten wachten maar hier is hij eindelijk: de verrassingsblog. Wat is de verrassingsblog nu eigenlijk?  Wel, om je vraag te beantwoorden: de verrassingsblog kan van alles zijn. Het kan een opiniestuk zijn over schrijven of literatuur, het kan een interview zijn, een kortverhaal, een recensie, een vragenuurtje,…  Kortom deze blog kan over alles en op eender welke dag verschijnen. Dus hou je van verrassingen? Wel, ga dan snel die lekkere koffie halen en installeer jezelf in je favoriete zetel. We gaan van start.

Deze eerste verrassingsblog gaat een kort vragenuurtje worden. Vorige kreeg ik van Joella van den Broek, de Hebban- blogster achter de ‘De wereld van een book-a-holic Hebban Spot, een aantal interessante vragen als reactie op mijn blog ‘Finish what you write’. Het waren stuk voor stuk uiterst boeiende vragen die ik nu met veel plezier ga beantwoorden. Lees maar even mee en discussieer gerust mee in de reacties.

1)      Waar ik benieuwd naar ben: heb je een cursus verhalen schrijven gedaan of ben je gaan schrijven en gekeken hoe het liep?

Om kort op deze vraag te antwoorden: nee, ik heb nooit effectief een cursus verhalen schrijven gevolgd. Ik heb wel toen ik Taal- en Letterkunde en later de lerarenopleiding deed ‘Literatuurwetenschap’ gehad. Binnen dit vak ligt over het algemeen de klemtoon op de technieken die gebruikt worden in literaire teksten. Persoonlijk vond ik deze vakken enorm boeiend maar niet noodzakelijk voor het schrijven. Het enige verschil is dat je gewoon op de verschillende technieken die je onbewust gebruikt een naam kunt plakken. Dat is alles.

Aan de andere kant vind ik zo’n cursus voor een recensent wel belangrijk. Op die manier heb je een theoretische achtergrond waarop je kan terug vallen en vermijd je zo een recensie te schrijven die niet verder komt dan een lezersappreciatie. Daar is natuurlijk niets mis mee voor enthousiaste lezers, maar van een recensent mag je toch wel iets meer objectiviteit verwachten. 

2)      Vind je een studie of cursus verhalen schrijven nodig?

Een cursus verhalen schrijven is naar mijn mening niet noodzakelijk. Het kan interessant zijn maar het is niet dat je daar als schrijver zoveel aan hebt. In plaats daarvan denk ik dat je je het beste aan drie simpele regels houdt.

1)      Lees veel en bewust. Voor een schrijver is het belangrijk om veel te lezen. Iets wat voor veel schrijvers geen probleem is, denk ik.  Het enige waar je op moet letten is dat je dit zoveel mogelijk bewust doet. Daar bedoel ik twee dingen mee.Veel lezers gaan waarschijnlijk na een interessant stukje meteen willen doorlezen uit nieuwsgierigheid. Je wilt weten wat er gebeurt en dat is juist wat de schrijver wilt. Maar wij, de lerende schrijvers, moeten het anders aanpakken. Als wij bij zo’n scene aankomen is het belangrijk om daarover te reflecteren: waarom is dit stukje zo boeiend? Wat heeft de auteur hier toegepast om deze scene zo interessant te maken?Als je daarover hebt nagedacht kan je hiermee experimenteren in een kortverhaal.

 Aan de andere kant vind ik het belangrijk om je horizon te verbreden als het over schrijven gaat. Er bestaan zoveel genres en zoveel goede schrijvers dat het bijna jammer zou zijn als je je enkel op één genre focust. Ik heb al zo vaak ondervonden dat het lezen van boeken uit andere genres mij een nieuw perspectief bood. Een nieuwe invalshoek waarmee ik aan de slag kon in mijn kortverhalen. Als ik een tip mag geven: probeer enkele boeken uit de canon te lezen. Dan kom je zeker weten in aanraking met verschillende genres en veel goede schrijvers.

2)      De tweede regel is nogal vanzelfsprekend: veel schrijven. Talent is belangrijk bij het schrijven maar het kan enkel tot zijn recht komen als je het veel gebruikt. Je kan het zo zien: veel mensen hebben aanleg om een gespierd lichaam te kweken, maar als je hele avonden voor de buis blijft zitten en jezelf volpropt met fastfood, kan je fluiten naar dat goddelijke lijf.

3)      Experimenteer met je kortverhalen. Zeker voor beginnende schrijvers vind ik het een must om kortverhalen te schrijven en geloof me, als je er een paar hebt geschreven geraak je niet meer uitgeschreven. Doordat het kortverhaal niet al te lang is, is het een perfect medium om te experimenteren met de verschillende perspectieven waarmee je tijdens je leesavonturen mee in aanraking bent geweest. Maar probeer verder te gaan. In mijn kortverhalen heb ik bijvoorbeeld vaak geëxperimenteerd met een wisselwerking tussen proza- en poëziestukken. Ik heb zelfs een heel verhaal in een soort van verzen geschreven. Op deze manier ontdek je je eigen stijl en welke dingen je leuk vindt om te schrijven of welke technieken je bevallen.

3)      En wanneer vind jij iemand een schrijver?

 Simpel, van het moment dat je een pen opneemt om iets op papier te zetten ben je een schrijver. Het enige onderscheid dat je kan maken is tussen schrijvers die met hun schrijfsels (meestal romans) geld verdienen en degene die het (nog) als hobby doen. Voor de rest is er geen echt verschil tussen de twee.

4)      Mag je dat van jezelf zeggen al heb je nog niets gepubliceerd?

Zelfs als je nog niets hebt gepubliceerd mag je jezelf een schrijver noemen. Je hebt immers de moeite genomen om een verhaal te schrijven. Of het nu gepubliceerd wordt of niet is onbelangrijk. Het is leuk dat zal ik niet ontkennen, maar het mag niet de enige reden zijn waarom je schrijft. Schrijven moet je in de eerste plaats voor jezelf doen.

Zo, dan zijn we aan het einde van deze verrassingsblog gekomen. Ik vond het zeer leuk om deze vragen te beantwoorden en Ik ben zeer nieuwsgierig naar wat jullie antwoorden zijn. Laat het me maar weten in de reacties (ik heb het gevoel dat ik mezelf aan het herhalen ben). Wie weet ontstaat er wel een leuke discussie waarin we allemaal onze tanden kunnen zetten.

Ik wens jullie allemaal nog een prettige zondag toe. Geniet ervan.

Prologos (Deel I – Het Graf van de Reus)

Goedenavond mijn allerliefste en vreemde reiziger. Kom toch binnen en snel! Zie je dan niet dat de maan vol is? Kom snel binnen voordat de Kinderen van de Nacht je te grazen nemen, om van de kou nog maar te zwijgen.  Serieus, als je daar nog langer blijft staan ga je sowieso een kou vatten.

Eindelijk je bent binnen. Ga maar in die zetel bij het haardvuur zitten. Dan kunnen je kleren en schoenen opdrogen. Zit lekker, toch? Hier heb je ook al meteen (vul hier de naam van jouw persoonlijke godendrank in). Hoe ik weet dat je dit drankje lekker vindt? Ik weet het gewoon. Ik weet alles en niets tegelijkertijd. Wat, vind je dat vreemd? Ik kan me toch onmogelijk slimmer wanen dan de slimste mens op aarde? Socrates verkondigde toch dat hij niets wist (ook al beweerde het Orakel in Delphi iets volledig anders). Wel, ik kan toch niet zo maar zeggen dat ik niets weet want dat zou me even slim maken als die oude Griekse zot.

Je bent zeker benieuwd waarom je hier bent? Kijk niet zo verbaasd. Ik zie het aan je ogen. Die glinstering is onmiskenbaar de voorbode van nieuwsgierigheid. Ik zal je niet meer langer in spanning laten: voor de komende twee of drie weken ga je geen echte update krijgen over mijn schrijfvorderingen over Project Blauw. In plaats daarvan ga ik met jullie mijn publicatiegeschiedenis delen. Ik ga jullie vertellen waarom ik schrijf, hoe ik er ooit bij ben gekomen om mijn kortverhalen op te sturen naar de redacties van literaire tijdschriften en welke obstakels er op mijn weg zijn gekomen. Eigenlijk gaan de komende twee/drie blogs een soort van schrijfbiografie worden. Op die manier krijg je nog meer het idee dat je me kent.

Laten we maar aan de slag gaan, maar doe eerst het volgende voor mij: sluit je ogen. Je hoeft niet bang te zijn. Ik ga heus je geld niet stelen. Sluit die mooie kijkers van jou maar. Adem diep in door je mond en laat die lucht via je neus naar buiten stromen. Doe het nog maar eens. Adem in door je mond en uit door je neus. Nog een keer. In en uit. Voel je hoe je door de grond zakt? Wees niet bang. We gaan echt niet naar het andere eind van de wereld. Doe je ogen maat open en kijk om je heen.

Zie je hoe de zonnestralen door het bladerdak vallen? Hoor je de vogels fluiten? Zie je de bloemen in al hun kleurige en geurige pracht groeien op de grond? Denk er niet aan hoe je hier bent belandt. Dat zal enkel de illusie verbreken. Neem mijn hand en volg me.

Deze plek is mijn eigen heiligdom. Het zal je misschien opvallen dat je hier de vogels niet hoort. Waarschijnlijk zie je de zeven bomen die in een kring op deze plek staat. Het zal je waarschijnlijk verbazen dat deze bomen nog steeds witte bloesems dragen. Om nog maar te zwijgen van de wilde orchideeën van dezelfde kleur die de grond hier bedekken en de lucht vullen met hun zoete geur. Hier zijn we veilig. Hier kunnen we in alle rust praten.

Deze plaats en de manier waarop we hier zijn gekomen zijn gecreëerd door het ene karaktertrek dat mij mijn hele leven beheerst: mijn levendige fantasie.

 Al in de vroegste jaren van mijn jeugd was die fantasie al daar. Meestal uitte die zich in denkbeeldige vriendjes of diende het als achtergrond waarin ik mijn spelletjes speelde. Het was pas toen ik op die prachtige leeftijd kwam waarin kinderen hun ouders bestoken met vragen dat mijn levendige fantasie zich in al zijn glorie toonde. Echt, ik meen het. Er was ooit een tijd dat ik mijn ouders met honderd en één vragen bestookte. Mama, waarom is het gras groen? Hoe bouw je een huis, Vake? Papa, waarom zijn de wolken boos? Mamy, vertel nog eens over de oorlog …

 Er is uit die periode één incident dat ik mij nog levendig voor de geest kan halen. Ik was acht en samen met mijn grootouders was ik op vakantie in de Ardennen. Mijn grootouders hadden daar een bungalow op de mooiste plek dat je je maar kan indenken: aan de rand van het bos. Het enige wat de bungalow verwijderde van het bos was een  aardeweg. Kan je het je  voorstellen? ‘Het Klein Huisje’ noemde ik het en zo noem ik het nog steeds, ook al komen we daar nu niet meer.

Op één van die vakanties liet mijn grootmoeder de naam ‘Het Graf van de Reus’ vallen, een gebied in de Ardennen (denk ik). Meteen begon ik vragen te stellen: waarom noemen ze het graf van de reus? Ligt daar een echte reus begraven? Hebben reuzen dan echt bestaan? Elk antwoord dat ik kreeg bevredigde me niet. Diezelfde avond kon ik de slaap niet vatten en dus besloot ik maar zelf een verklaring te verzinnen.

 In mijn fantasiewereld hadden reuzen ooit daadwerkelijk bestaan. De meeste van hen woonden zelfs in het woud waar ‘Het Kleine Huisje’ stond. Jammer genoeg waren ze niet zo geliefd bij de mensen, hoewel reuzen niet zo gewelddadig waren. Ze waren groot en log, ja, en het gebeurde regelmatig dat een reus een huis plattrapte of de onfortuinlijke fout maakte om een huis als een zitbank te beschouwen. De angst van de mensen was zodanig groot dat ze niets beters konden verzinnen dan een oorlog te beginnen die ze ook wonnen. Iedere reus werd gedood en liggen nu nog steeds begraven in het bos van Douhan ( de plaats waar de bungalow stond) op één enkele reus na. Een kind was hij nog en de stedelingen konden het niet over hun hart krijgen om het arme wicht te doden. In plaats daarvan lieten ze de reus bij hen in de stad leven. In de hoop dat ze het kleine ding (hij was zo groot als een stoel) konden leren om voorzichtiger te zijn.

De jaren vlogen voorbij en hoewel de reus in de stad leefde maakte hij net als zijn soortgenoten dezelfde fouten. Maar niemand kon het over zijn of haar hart verkrijgen om de reus naar de andere wereld te helpen. Niemand behalve één iemand. Een beeldschone tovenares met lange weelderige blonde lokken. Volgens haar konden mensen en reuzen onmogelijk samenleven. Reuzen waren een fout in het scheppende weefgetouw. Ze moesten gewoon dood. Om een lang verhaal kort te maken. De tovenares kon de rest van de stad overtuigen om de reus toch te doden. Ik geef toe dat ze een beetje magie had gebruikt maar toch lieten de stedelingen zich zonder  al te veel moeite meeslepen. De manier waarop dit gebeurde… wel , ik kan het je niet vertellen maar ik zal toch moeten.

De tovenares overhaalde de goedgelovige reus om samen met haar een wandeling te maken. Een wandeling zou hem deugd doen. Samen liepen ze het bos in totdat ze aan een meer kwamen. Daar stonden de stedelingen al te wachten met hun speren en zwaarden. Nog voordat de reus de kans kreeg om zijn verbazing te tonen, hakten en sloegen de soldaten in op de reus totdat hij in het water neerviel en in ongeloof zijn laatste adem uitblies.

 Jaren gingen voorbij en net zoals bij zijn familie werden zijn rottend vlees en botten bedekt door slijk en aarde. Na een aantal decennia vonden bomen, planten en bloemen hun plaats op zijn lijk. Na een eeuw was zijn lijf bedekt met een bos dat dienst deed als de rouwkrans op zijn graf.

 God,  is het al zo laat? Ik vrees dat het tijd wordt voor jou om naar je bed te gaan. Kom, volgende week vertel ik je hoe ik mijn eerste echt afgewerkte verhalen neerpende, maar nu moet je slapen. Morgen is het weer een grote en belangrijke dag. Morgen leef je weer een dag langer.

Ik beloof je dat je deze week nog een verrassingsblog krijgt. Wanneer? Ah, dat is juist de verrassing.

Slaap zacht mijn allerliefste en vreemde reiziger.

Finish what you write

Hallo daar, wat leuk dat je er terug bij bent. Alstublieft, neem toch plaats… Dat is juist kies maar je favoriete stoel. Wil je graag hetzelfde drankje als vorige week? Ja? Oke, komt er zo aan.  

Ik ben blij dat we terug aan een nieuwe week kunnen beginnen. Vorige week heb ik niet bijster veel geschreven. Ik ben nog steeds, zoals vorige week, de eerste 10.000 woorden lichtjes aan het herschrijven en het blijft een heerlijk proces zoals ik al vorige week heb uitgelegd. 

 Jammer genoeg werd dat heerlijke proces verbroken door zenuwen voor de Harland Awards. Met name, het afwerken van de twee verhalen die ik aan juryleden wou voorschotelen. Wel, dat is minder goed gelukt dan ik had gehoopt. Het is te zeggen… ik heb mijn twee verhalen niet afgekregen voor de deadline. Ik vond dat echt jammer. Ik had enorm veel zin om terug deel te nemen aan de Harland Awards. De reden waarom me dat niet is gelukt ligt gewoon aan één verhaal. De volgende paar alinea’s is het tragische verhaal van dat ene onafgewerkte verhaal (houd je maar vast aan de takken van de bomen, je gaat het woord ‘verhaal’ nog ontzettend veel horen). 

Het voorbije jaar werkte ik aan een kortverhaal dat voor mij persoonlijk enorm veel betekenis heeft. Nu denk je vast: “Wow, een heel jaar gewerkt aan één kortverhaal? Die Nielse moet wel gek zijn.” Nu ik het zo hoor klinkt dat inderdaad redelijk vreemd en dat was ook niet het geval. 
Het is een verhaal waaraan ik in periodes van een maand heb gewerkt en het dan een tijd liet liggen om er dan terug opnieuw aan te beginnen. Wat voor mij vreemd is. Normaal gezien krijg ik een kortverhaal binnen een maand, of zelfs minder, klaar om op te sturen naar een tijdschrift of een wedstrijd, niet dat dat laatste vaak gebeurt, maar bij dit verhaal had ik de hele tijd het gevoel dat er iets ontbrak. 

 Ken je dat gevoel? Om één of andere reden las het verhaal niet vlot genoeg of had ik het gevoel dat emoties of beelden die ik erin had verwerkt niet duidelijk genoeg waren. Om die reden heb ik een paar maanden geleden op enkele scenes na alles eruit gehaald en gewoon opnieuw begonnen met schrijven… en deze keer was er die fel begeerde klik wel… 

Oh wacht, je drankje staat klaar. Ik zal het even voor je gaan halen. Oh nee, je hoeft echt niet op te staan. Ik doe dat graag voor jou. Uiteindelijk ben je helemaal naar hier gelopen… Zo hier is jouw (vul hier je lievelingsdrankje in).  

Waar was ik ook alweer? Oh ja, ik had het over dat ene kortverhaal dat ik maar niet afkreeg. Dus toen ik terug opnieuw begon had ik die klik wel tot op het einde. Naar mijn gevoel ging het einde te snel. Het hoofdpersonages had meer tijd nodig, ik had meer tijd nodig om bepaalde zaken uit te lichten (God het is niet gemakkelijk om over een verhaal te vertellen zonder al te veel weg te geven.)Helaas had ik die tijd niet want, you guessed it, 1 september stond voor de deur en ik kreeg het verhaal gewoon niet af. 
Op dat ogenblik heb ik mij er gewoon bij neergelegd dat ik dit jaar alweer niet zou deelnemen aan de Harland Awards. Mijn potentiele kans om dit jaar te winnen verspeeld. Niet dat dat zo erg is maar het is toch jammer op een bepaalde manier. Betekend nu dat dit het einde is voor dit kortverhaal waar ik nu al een tijdje over praat? Zeker niet en daarmee kom ik eigenlijk op het topic van deze week. 

 Ik denk dat het volgende de meesten wel eens overkomt. Je bent bezig aan een roman of een kortverhaal en op een gegeven moment krijg je dat vervelende en stekelige gevoel dat er iets schort aan je verhaal, maar je weet niet wat en je blijft maar aanmodderen. Als je net zo bent als ik dan keer je op een avond naar Youtube en bekijk je interviews met bekende en minder bekende auteurs. Wanneer ze dan tips geven voor beginnende schrijvers dan krijg je naast andere tips vaak te horen dat je moet afmaken waar je mee bezig bent.  

In zekere zin ben ik het eens met dit advies. Het feit dat je je verhaal af hebt geeft je als schrijver een goed gevoel, haast euforisch. Het kan dan nog het slechtste verhaal zijn dat er ooit is geschreven maar toch geeft het je voldoening. Als ze je niet tegenhielden dan zou je aan de hele wereld je nieuwste kindje tonen. Waarom zou je dat niet mogen? Je hebt er ontelbare avonden of dagen aan gewerkt en het feit dat je je verhaal af hebt verdient echt wel een schouderklopje, want voor ieder verhaal dat is geschreven zijn er wel vijf andere schrijvers die er de brui aan hebben geven. Althans dat is wat ik mezelf wijs maak.  

Betekent dit nu dat je ieder verhaal moet afmaken waaraan je schrijft? Nee. Althans dat vind ik toch niet. 
Om een voorbeeld te geven, een maand geleden had ik het gekke idee om een alternatief scheppingsverhaal te schrijven door de ogen van een godin die juist het levenslicht zag. 
Aanvankelijk leek me dat wel een leuk idee. Nu, ik wou dat de lezer alles vanuit haar perspectief kon zien en dus liet ik de godin het verhaal vertellen. Wat wel niet simpel is om een scheppingsverhaal te schrijven vanuit het standpunt van een godin op het ogenblik dat er nog niets is. Ik had geen idee hoe ik dit voor elkaar moest krijgen. 
Zoals je hoort zat ik al van in het begin vast en dan heb ik het verhaal maar naar de prullenbak verwezen, waar het nu nog altijd ligt weg te rotten.  

Ik ben van mening dat als je in de beginfase al merkt dat het verhaal mank loopt, je misschien het verhaal beter aan de kant kan zetten en wie weet misschien komt er wel een dag waarop je geraakt wordt door een bliksemschicht van inspiratie en je ineens doorhebt hoe het verhaal in elkaar zit. 

Dus wat hebben we vandaag geleerd:1) Probeer altijd je verhaal af te werken voor de voldoening die het afwerken van een verhaal je schenkt.2) ik moet serieus verder gaan werken of ik krijg geen enkel verhaal, laat staan mijn roman af. 

Ik hoop dat je hebt genoten van je drankje en van mijn maffe belevenissen van deze week en hopelijk zie ik je volgende week terug.

Oh ja voor je gaat heb ik nog deze vraag voor jou: Heb je ooit wel eens het gevoel gehad dat je het schrijven wou opgeven? Wat heeft je er weer toegebracht om het schrijven terug op te nemen? Wat is jouw visie op ‘finish what you write?’ 

Ik ben ontzettend benieuwd naar jullie antwoorden. Ik zie jullie snel weer.  

P.S.: Volgende week gaat de blog gaan over mijn ervaringen met het publiceren van verhalen. Mocht je daar vragen over hebben: stel ze gerust in de reactie en dan probeer ik ze in het blogbericht van volgende week te verwerken.

Herschrijven, herschrijven en herschrijven

Welkom terug bij Project Blauw. Zoek je maar een plaatsje uit. Er zijn hier genoeg comfortabele zetels te vinden of als je liever op een stoel zit… die zijn hier ook in overvloed. Kan ik je terug met een heerlijke koffie verleiden of wil je liever die appel-perenthee uitproberen waar ik vorige week zo lovend over was? Iets frisser misschien? Oké, komt eraan. 

Terwijl je wacht op de koffie zal ik je even inlichten over waar ik mij de voorbije dagen mee heb geamuseerd.Waarschijnlijk zal je wel gemerkt hebben dat er vorige week vrijdag geen blogpost was. Misschien stond je voor een gesloten deur te roepen voor de koffie waar je zoveel recht op hebt. Allereerst spijt het me om je dit aangedaan te hebben maar ik had er een goede reden voor. Vorige week had ik namelijk mijn herexamens en dus had ik niet veel tijd om te schrijven. Het is nu eenmaal een noodzakelijk kwaad dat nu gelukkig genoeg voorbij is. 
Naast deze noodzakelijke verontschuldiging kan ik je met lichte trots vertellen dat ik twee weken geleden de eerste 10.100 woorden van Project Blauw heb geschreven. Het is voor mij een kleine overwinning. Als je gewend bent om verhalen van maximum 5.000 woorden te schrijven dan lijkt het schrijven van 10.000 woorden een hele opgave. Uiteindelijk bleek dit helemaal niet zo te zijn. De woorden vloeiden van mijn vingers over naar het toetsenbord die het dan op hun beurt op het computerscherm toverden. 

Ik moet wel zeggen dat het spannend is om langer met hetzelfde verhaal bezig te zijn. Je hebt meer tijd om je personages te leren kennen, meer tijd om de locaties tot in de puntjes te bestuderen. Naar mijn gevoel is dit volledig anders dan het schrijven van een kortverhaal. Een kortverhaal lijkt eerder op het nemen van een selfie gemixt met een speeddate. Je hebt niet bijster veel tijd om je personages grondig te leren kennen, je locaties zijn beperkt en daarboven kan je enkel een kort stukje uit hun leven bekijken. Vaak een heel belangrijk stukje uit hun leven maar toch een klein stukje. Het schrijven van een roman of novelle heeft dan meer iets weg van een schilderij gemixt met een langdurige relatie: Je hebt meer tijd om de locaties te bestuderen, meer tijd om je personages te leren kennen op zo’n manier dat je echt al een duistere geheimpjes kent. Spannend! 
Wacht even, volgens mij is jouw… (vul op de stippellijnen de drank van je dromen in) klaar. Ik ben zo terug… 

Met het bereiken van mijn eerste doelstelling heb ik ook mijn eerste “pauze” verdient. Pas wel op het is nogal warm (of koud, er zitten ijsblokjes in). Zoals je waarschijnlijk hebt opgemerkt staat die pauze tussen aanhalingstekens (Nee, echt. Iemand is hier duidelijk een open deur aan het intrappen). Die pauze is om verschillende redenen ingelast. Twee redenen om precies te zijn. 
Allereerst had ik mezelf voorgenomen om om de 10.000 worden even te stoppen met blind te schrijven en al te kijken wat ik al heb. Dat leek mij het handigst omdat ik nu enkele scenes heb die ik graag in een voorlopige volgorde wil plaatsen om te zien wat voor effect dat genereert. Natuurlijk wil ik het ook al een eerste keer herschrijven. Je weet wel, het leukste stukje van het schrijfproces. Ten tweede wil ik graag deelnemen aan de Harland Awards met dit jaar twee verhalen om een klein beetje goed te maken dat ik vorig jaar niet heb deelgenomen. Ik heb nu eenmaal tijd nodig om die twee verhalen verder bij te schaven en ze wedstrijd-klaar te maken, in zoverre dat dit mogelijk is (De inzenddatum is al zeer binnenkort. Vind je het erg als ik huil? Nee? Oke). 

Nu we het toch over herschrijven hebben, laten we er dan eventjes meer over praten. Voor mij persoonlijk is dit het leukste gedeelte. Dit is het stadium waarin je verhaal echt vorm krijgt. Wat niet zo is bij het schrijven van een eerste versie. Hoewel dit gedeelte ook heel spannend is vind ik het voornamelijk enorm frusterend. Je zit daar te schrijven achter je computer of met pen in de hand en wanneer je een scene hebt uitgeschreven kan het wel eens gebeuren (vaker dan je zou willen) dat de gedachte dat die scene toch niet echt zo is zoals je het in je hoofd zag. Je kan, in mijn opinie, niet zomaar terug gaan om te herschrijven. Bij je eerste versie moet je alles wat je in je hoofd zag eruit gooien. Het is een beetje zoals verf gooien tegen een wit canvas, alleen achteraf kan je het nog omvormen tot een prachtig geheel. Bij een eerste versie is het juist zaak om door te zetten, niet op te geven en gewoon gaan met die literaire banaan. 
Nee, het leuke werk begint bij de herschrijfronde. Dan krijg je de tijd om doorheen de film te scrollen en scene per scene even te pauzeren om te kijken wat er daar niet werkt en in het meest gunstige geval het verhaal verbeteren. Het is op dit punt dat je ook meer kan experimenteren met perspectieven. Het kan je ineens opvallen dat in een bepaalde scene het gebruik van een alwetende verteller enorm passief overkomt en je misschien het beste over kunt gaan naar een personaal perspectief. Het is op dat moment dat je je verhaal in een ander daglicht kan zien. Dat maakt schrijven voor mij zo bijzonder. Niet zozeer de inspiratie die de eerste versie tot stand heeft gebracht maar eerder de talloze versies die op die eerste versie volgen die vol bijschavingen en aanpassingen zitten. 

Ik zie dat jouw (vul drank van je dromen in) op is. Laat mij je even buiten laten. Voor dat je gaat heb ik een paar vragen voor jou: Wat is jouw favoriete gedeelte van het schrijfproces en hoe pak jij je herschrijproces aan? Ik wens jullie allemaal nog veel schrijfplezier toe en ik zie je graag volgende vrijdag terug.

Welkom bij Project Blauw

Welkom bij Project Blauw. Wat leuk dat jullie hier zijn. Alsjeblieft, maak het je gemakkelijk. Ga maar even een kop koffie halen en zet je maar neer in je favoriete en meest comfortabele zetel. Ga maar, hoor. Ik wacht wel… Ik snap wel dat dat even duurt. Ik overval je hier natuurlijk mee… Ik heb zelf ook even wat thee gezet. Dat praat gemakkelijker… Leuk, je bent al terug.

Ik zal beginnen met mezelf voor te stellen. Mijn naam is Nielse Hofmans en hoewel je waarschijnlijk mijn naam niet kent (op de enkele schrijfvrienden die ik heb na. Hallo trouwens, wat leuk om je terug te zien. Ik hoop dat alles goed gaat.) loop ik al een tijdje mee in het schrijverswereldje. Ik heb namelijk in de voorbije vijf jaar mij vooral gefocust op het schrijven en publiceren van kortverhalen. Iets wat naar mijn eigen bescheiden mening vrij goed is gelukt. Ik heb namelijk tot nu toe 18 kortverhalen gepubliceerd in bekendere tijdschriften zoals Fantastische Vertellingen en SF Terra en ook in minder bekende zoals Weirdo’s en De Blauwe Engel. Helaas heb ik op dit moment nog geen prijzen op mijn naam staan. Ik ben wel onlangs bij een wedstrijd van De Klimmende Ster genomineerd geweest bij hun laatste wedstrijd maar over het algemeen heb ik nooit echt veel geluk gehad met wedstrijden. 

Ik zie jullie al kijken naar mij vanachter die grote kop koffie: wat zit ik hier te doen? Wat wil die gast nu van mij? Wel, (sipt van zijn overheerlijke appel-perenthee) ik vertel je dit omdat ik twee weken geleden met het schrijven van mijn eerste novelle/roman ben begonnen. Mijn eerste grote project. Spannend, he. Als ik iets heb geleerd van mijn kortverhalenperiode is dat schrijven geen eenzame bezigheid is. Het is een proces dat weliswaar enorm persoonlijk is en iedere schrijver bewandelt dat pad op zijn eigen manier. Aan de andere kant praten we wel allemaal graag over ons creatieve proces (althans ik toch). Daarom dacht ik dat het een leuk idee was om mijn schrijfproces te delen via blogposts op Hebban. Op deze manier hoop ik medelotgenoten te bereiken en kan dit een soort van ontmoetingscentrum worden waarin we allemaal onze ervaringen met het schrijven delen. Dus ben je een beginnende schrijver en voel je de nood om met anderen je sucessen en struikelstenen te delen, wees dan niet bevreesd om je ergen ervaring te delen in de reacties of schrijf zelf een blogpost en deel het met ons. Ook gevorderde schrijvers zijn natuurlijk welkom. Ik ben enorm nieuwsgierig naar wat jullie te vertellen hebben en vooral naar wat jullie mij kunnen leren. 

Ik wil wel nog even benadrukken dat ik kortverhalen niet links laat liggen. Het kortverhaal blijft een fantastisch medium om zowel een verhaal in te vertellen als om mee te experimenteren. Ik heb er in de voorbije vijf jaar veel plezier aan beleefd en ik ben er niet klaar voor om dat op te geven. To be exact, ben ik nog bezig aan mijn Harland Award-inzending en liggen er nog een paar kortverhalen te wachten om gereviseerd te worden.

Hoe gaat het nu in zijn werk gaan? Iedere week post ik op maandag een blogbericht waarin ik vertel waarmee ik bezig ben. Verwacht je aan berichten over storytelling, personageontwikkeling, schrijftechnieken, inspiratie,etc. Het gaat leuk worden, erewoord! 

Wow, je bent nog steeds hier. Koffie nog niet op? Hetzelfde geldt voor mijn thee. Zal ik je iets vertellen over Project Blauw? Als eerste wil ik eerst kwijt dat Project Blauw niet de naam is van mijn eerste roman/novelle. De eigenlijke naam wil ik nog even voor mezelf houden. De reden waarom ik het Project Blauw noem is omdat als ik aan het verhaal denk ik vooral verschillende blauwtinten zie. Vandaar dus Project Blauw. 

Het tweede dat ik kwijt wil is dat ik me ervan bewust ben dat de kans klein is dat ik ooit mijn boek in de rekken zal zien liggen. Het zou natuurlijk wel leuk zijn maar dat is niet waarom ik schrijf. Het zou niet de eigenlijke reden mogen zijn om te schrijven. Ik schrijf gewoon omdat ik moet schrijven, omdat zonder schrijven ik hoogstwaarschijnlijk niet in de samenleving zou kunnen functioneren en al de rest is eigenlijk bijzaak. 

Project Blauw dus. Deze roman/novelle is gegroeid uit een idee dat ik had voor een kortverhaal. Eigenlijk voor 3 kortverhalen. Ik dacht een aantal jaren geleden dat het leuk zou zijn om drie of vier kortverhalen te schrijven die allemaal gelinkt waren aan elkaar. Leuk idee maar daar stopte het niet. Ik had het gekke idee opgevat om ieder verhaal in een ander tijdschrift te laten publiceren Natuurlijk zou de lol enkel voor mij zijn want niemand zou door hebben dat die kortverhalen ook maar iets met elkaar te maken zouden hebben. Ik moet bekennen dat ik het uiteindelijk niet heb gedaan. Ik heb zelfs maar twee van de drie kortverhalen geschreven. Met het eerste deed ik mee aan de Harland Awards en eindigde ik als één van de laatste, voor het tweede heb ik uiteindelijk een plaatsje gevonden in een tijdschrift. Het idee bleef steeds bij mij hangen en bij het verstrijken van de tijd worden de links tussen de drie verhalen steeds duidelijker en ingewikkelder, de drie verhalen werkte steeds meer naar elkaar toe en het werd ook steeds interresanter. Uiteindelijk kon ik het niet meer voor mezelf houden en zo ontstond twee weken geleden Project Blauw bij kaarslicht en een glas wijn. 

Ik hoop dat jullie hebben genoten van dit blogbericht en ik ben enorm nieuwsgierig naar jullie projecten. Drink je koffie of thee maar gerust uit en wees niet bevreesd om jezelf voor te stellen en iets te vertellen over de oorsprong van het project waar jij mee bezig bent. Geniet nog van jullie dag en geniet met volle teugen van het schrijven.

Een terugblik

Hier zit ik nu. Veilig achter mijn computer in een woonkamer; die ik de voorbije uren heb opgeruimd, gestofzuigd en schoon geschrobd; terwijl buiten de vogels fluiten en de bloemen bloeien zoals je zou verwachten van een typische zomerdag. Terwijl dit allemaal rondom mij gebeurt zit ik te staren naar het witte scherm voor mij. Zomerse insomnia en hooikoorts vinden het altijd leuk om hun slachtoffer in een emotionele zombie te veranderen. Gelukkig genoeg heb ik deze nacht voldoende geslapen om het hoofd te bieden aan die zomerse demonen. Eigenlijk moet ik me excuseren. Ik heb u misleid in één van mijn zinnen. Ik heb u laten denken dat ik leed aan de gevreesde Writers Block. Dat is niet het geval. In plaats daarvan kijk ik met mijn geestesoog achter mij, naar alle dingen die ik al heb mogen meemaken op het vlak van schrijven.

In die zes jaar dat ik schrijf en publiceer hebben tot nu toe zo’n achttien verhalen hun weg naar een select lezerspubliek kunnen vinden, via de tijdschriften en bundels waarin ze terecht kwamen. Toegegeven dat is niet veel, er zijn schrijvers (zelfs onder mijn vrienden en kennissen) die meer hebben gepubliceerd. Betekend dit dan dat ik een onwaarschijnlijk groot archief heb van onvolmaakte en niet-gepubliceerde verhalen? Nee, helemaal niet. Van alle verhalen die ik heb geschreven hebben zo’n 95% een plaatsje gevonden in een tijdschrift of bundel. Noem mij gek maar ik vind dat nogal een prestatie. Toen ik begon met verhalen naar tijdschriften te sturen was ik er van overtuigd dat het leeuwendeel afgewezen zou worden. Dit is zoals nu blijkt niet vaak het geval geweest. Dit betekent niet dat ik nooit afwijzingsmails heb gehad. Om eerlijk te zijn, krijg ik regelmatig zulke mails binnen. Dat kan soms jammer zijn, maar aan de andere kant zijn zulke mails ook mooie kansen om je verhaal te verbeteren. In mijn ervaring worden zulke mails vaak vergezeld van een uitleg waarom jouw verhaal in de ogen van de redacteur(s) niet goed genoeg was. Die informatie kan je altijd gebruiken om je verhaal te verbeteren, als je denkt dat je verhaal er daadwerkelijk beter van wordt. Dat is misschien nog wel de belangrijkste eigenschap die je je als schrijver moet eigen maken: omgaan met kritiek en voor jezelf kunnen uitmaken of een bepaalde verandering je verhaal werkelijk ten goede komt. Uiteindelijk ben jij de schepper van het verhaal, jouw naam staat onder de titel dus is het ook niet meer dan normaal dat je een verhaal schrijft waar je zelf achter staat. De reden waarom ik zoveel verhalen heb kunnen publiceren heeft ook te maken met mijn passie voor het verhaal. Als ik van een verhaal een afwijzing binnen kreeg, las ik mijn verhaal nog eens na, maakte enkele veranderingen als ik dat nodig vond op basis van de geleverde commentaar en stuurde ik het op naar een nieuw tijdschrift. Ik bedoel maar, als je niet in je eigen verhaal gelooft waarom zou iemand anders dat wel moeten doen?

Genoeg achteruit gekeken: wat brengt de toekomst? Dat is nog onzeker. Wat ik met zekerheid kan zeggen is dat u van mij in de komende maanden nog twee gepubliceerde verhalen mag verwachten: eentje in Tjonghe de ander in SF- Terra. Twee publicaties waar ik echt naar uit kijk omdat deze twee verhalen mij nauw aan het hart liggen. Daarnaast is er een paar weken geleden de bundel De griezel van de Lindelaan en andere verhalen verschenen bij De Klimmende Ster waarin mijn verhaal Het Schilderij is opgenomen. Een verhaal waarin de invloeden van de Gothic Novel en de Duistere Romantiek niet te onderkennen zijn. Als je het verhaal graag wil lezen kan je de bundel altijd bestellen via bol.com.

Daarnaast ga ik proberen om mijn blog een beetje beter te onderhouden dan ik in de voorbije jaren heb gedaan. Ik kan niet beloven dat ik wekelijks een blogbericht ga kunnen schrijven. Een keer in de maand lijkt me haalbaar. Mocht je vragen hebben voor mij of een suggestie voor een volgend blogbericht mag je me dat altijd laten weten via mijn facebook-pagina.

Dan rest er mij nog enkel om in de schoonheid van de Rozentuin( het huis van mijn ouders waar ik nu verblijf) te genieten van de zomer terwijl ik rustig verder schrijf en schaaf aan één van mijn laatste kortverhalen.

Ik wens jullie nog een prachtige namiddag of avond toe.

Het verhaal achter het verhaal: De zwanenkoningin

Een illustratie van Gidion Van de Swaluw

Een illustratie van Gidion Van de Swaluw

Naar het schrijven van deze blog heb ik enorm uitgekeken. Waarom vraag je je af? Omdat het schrijven van dit verhaal veel tijd in beslag heeft genomen, zelfs jaren heeft geduurd voordat het eindelijk af was. Maar laten we nu beginnen voordat het te laat is.

Dit verhaal begon lang geleden toen ik nog klein en onschuldig was. Mijn grootouders waren grote fanaten van klassieke muziek en in hun huis weerklonken er altijd werken van Beethoven, Mozart, Prokofiev en Tchaikovsky. Deze laatste componist wist mijn hart te veroveren met zijn prachtige melodieën die je deden dromen van andere werelden. Het hielp ook wel dat de tekenfilms die ik bij mijn grootouders keek bijna altijd muziek van Tchaikovsky bevatte. Zo was ik fan van een tekenfilmversie van ‘De notenkraker’ en natuurlijk van de disney-film ‘Doornroosje’.

Maar het werk dat me toen het meeste trof was ‘Het zwanenmeer’ omdat het zo meeslepend en gewoon in een woord prachtig was. Ook het sprookjesachtige verhaal van een prinses die in een zwaan veranderde vond ik geweldig.

Ik vond het zelfs zo geweldig dat ik voor de eerste keer in mijn leven de pen oppakte met de intentie om het verhaal van ‘Het zwanenmeer’ in boekvorm te gieten. Ik droomde er al van om het boek uit te geven en het in de schappen te zien liggen van alle boekhandels. Jammer genoeg, ben ik nooit zo ver geraakt. Om eerlijk te zijn ben ik nooit verder geraakt dan de eerste bladzijde. Mijn moeder vond het geen goed idee dat ik nu al begon te schrijven.

“Wacht maar tot je ouder bent en geef het dan uit.” Was haar raad en zo gebeurde het.

De jaren vlogen voorbij. Ik verliet de basisschool en ging naar de middelbare school. Uiteindelijk behaalde ik ook daar mijn diploma en niet veel later had ik mijn eerste publicatie op mijn naam staan. Maar voordat het zover was gebeurde er in de tussen tijd nog zo veel meer.

Ik had in die jaren mijn half afgemaakte verhaal over ‘Het zwanenmeer’ praktisch vergeten. Ik had het ergens ver in een kastje opgesloten en dacht er niet meer aan. Maar dat betekende totaal niet dat ik was gestopt met schrijven. Ik schreef nog steeds maar dan andere verhalen die ik bewaarde in kleine schriftjes. Meestal waren het sprookjes om aan mijn zusje te vertellen maar af en toe zat er ook wel een verhaal bij dat ik alleen voor mezelf schreef.

Rond mijn 15de begon ik verhalen en stukjes te posten op verschillende verhalenforums en kreeg daar meestal heel positieve reacties op. Vaak vergezeld van suggesties om het verhaal beter te maken. Ik had zelfs een kleine schare fans die mijn vervolgverhaal met veel plezier en aandacht las.

Ik was toen ook een blog begonnen waar ik sommige van mijn verhalen op plaatste. Die blog bestaat nu nog steeds en noemt ‘Het haardvuur’ via de link aan je linkerkant kan je hem bezoeken.

Op een avond was ik via mijn ipod naar muziek aan het luisteren en toevallig stond toen het ‘Het zwanenmeer’ op. Inspiratie overviel mij en ik begon meteen te typen. Uiteindelijk schreef ik toen een Engelse versie van wat later

‘I- Transformatie’ zou worden. Ik plaatste het meteen op mijn blog en deelde het in een groep op Facebook. De reacties waren overwegend positief. Om eerlijk te zijn hadden de meeste reacties het eerder over het feit dat ik in staat was om een stukje in het Engels te schrijven dat op zijn minst op iets trok.

Alweer maakte ik het niet af. In plaats daarvan schreef ik andere verhalen die werden gepubliceerd in verschillende tijdschriftjes en ik was enorm trots. Sindsdien heb ik praktisch nooit nog een verhaal op ‘Het haardvuur’ gepost. Al mijn verhalen gingen eerst naar redacteurs en in veel gevallen werden mijn verhalen uitgegeven wat niet betekend dat ik  niet regelmatig werd geconfronteerd met een afwijzing.

De jaren gingen voorbij en plots was het december 2014. Ik kan me niet meer precies herinneren hoe het komt maar weer zat ik te luisteren naar ‘Het zwanenmeer’ van Tchaikovsky en opnieuw overviel de inspiratie mij. Maar in plaats van het meteen op te schrijven kwam ik op het schitterende idee om mijn Engelse versie te vertalen en in het Nederlands af te maken. Zo gezegd zo gedaan. Ik maakte het verhaal af en terwijl ik dat deed luisterde ik naar ‘Het zwanenmeer’. Het is zelfs zo dat bijna ieder deeltje uit het verhaal zijn eigen stukje muziek uit ‘Het zwanenmeer’ heeft waarop het is gebaseerd. Maar meer informatie daarover vind je aan het einde van deze blog.

Toen ik het eindelijk af had twijfelde ik er niet aan om het naar ‘Fantastische Vertellingen’ te sturen. Ik had in het verleden in dit magazine gestaan met ‘Dans van luchtgeesten’ wat voor mij een experiment was om poëzie te vermengen met proza waarin het poëzie- element een bepaalde functie had binnen het verhaal. Daarnaast was er ook al het gedicht ‘Het lied van licht en duisternis’ verschenen in het kleine zustertijdschrift ‘Tjonge’. Een publicatie waar ik nog altijd apetrots op ben.

Het duurde een tijdje toen ik reactie kreeg. Maar eindelijk kreeg ik het positieve antwoord binnen van de hoofdredacteur met daarbij een mooie verrassing. Hij stelde voor om mijn verhaal te verfraaien met een illustratie van Gidion Van de Swaluw. Voor degene die hem niet kennen, je moest je schamen. Gidion Van de Swaluw is naar mijn mening een van de meest interessantste kunstenaars in het Nederlandse fantasy-wereldje. Zijn kunstwerken kunnen zowel schattig en aandoenlijk zijn maar ook vreemd en zelfs angstaanjagend. Sommige van zijn werken ademen zelfs een soort Tim Burton-achtige sfeer. Iets waar ik enorm van houd. Het zal je dan ook niet verbazen dat op mijn kamer enkele posters van deze artiest op mijn muur prijken.

Het verhaal zelf moest wel nog een beetje worden bijgeschaafd en op basis van de aanwijzingen van Remco Meisner (de hoofdredacteur) werkte ik de taalfouten weg en begon het wachten op de publicatie.

Dit proces heeft wel een tijdje geduurd. Aanvankelijk zou het verhaal verschijnen in nr. 33 van ‘Fantastische Vertellingen’ maar omdat dat nummer al vol zat, hadden ze mijn verhaal naar het volgende nummer verplaatst. Natuurlijk baalde ik hiervan maar dat is iets waar je niets aan kan doen. Dus legde ik me er bij neer en wachtte vol spanning af.

Intussen zocht Gidion contact met mij via Facebook wat voor mij wonderbaarlijk was. Beeld je in dat jouw grootste idool je via Facebook benaderd en met jouw een praatje slaat en je weet meteen hoe ik me voelde toen ik met Gidion sprak. Een aardig kerel die al het succes dat hij ondertussen heeft meer dan verdient, vind ik en samen met mij nog zo veel anderen.

Maanden gingen voorbij maar dan kwam eindelijk juni en kreeg ik mijn bewijsexemplaar in de bus. Het was het wachten meer dan waard. Deze editie was volledig in kleur en op een ander soort papier gedrukt waardoor deze editie echt een prachtexemplaar werd. Voor liefhebbers van fantastiek is dit magazine meer dan waard om in huis te halen. De verhalen die er in staan, naast mijn eigen verhaal, zijn interessant en zo goed als altijd geweldig geschreven.

Hier eindigt dus het verhaal van ‘De zwanenkoningin’ na jaren van proberen en nooit afmaken is het me eindelijk gelukt om dit verhaal gepubliceerd te krijgen en ik ben er enorm blij mee.


EXTRA’S

Hier vind je de titels van de verschillende delen terug met een youtube filmpje met het stukje uit ‘Het zwanenmeer’ waarop het is gebaseerd.’

Transformatie

De witte zwaan

Het lichtkasteel

Het winterbal (dit deeltje is het enige stukje dat niet geïnspireerd is op ‘Het zwanenmeer)

De zwarte zwaan

Het lied van de witte zwaan, Vergelding en Stralende ziel

Als je meer informatie wilt over Gidion Van de Swaluw kan je altijd terecht op zijn facebook-pagina: 

https://www.facebook.com/pages/Gidion-Van-de-Swaluw/319502551590963?fref=ts

Als allerlaatste heb je hier mijn geïnspireerde muziekstukje op ‘De zwanenkoningin’

 

De sluimering

Eindelijk lijk ik ontwaakt te zijn uit een sluimering die al veel te lang heeft geduurd. De voorbije maanden zijn voor mij zo druk geweest dat ik geen tijd had om nog een blog te schrijven, laat staan verder te werken aan een van mijn verhalen.
Er is van alles op mij afgekomen van examens tot vakantiewerk en zelfs een paar daagjes vakantie aan de zee waar ik de eerste versie van mijn inzending voor de Harland Awards heb geschreven. Een verhaal waar ik qua verhaallijn wel tevreden mee ben maar nu is het vooral werken aan de uitwerking en het perfectioneren van mijn stijl. Het langste, maar leukste werk aan een verhaal als je het mij vraagt. Waarom? Simpel, dat is juist het moment waarop je verhaal echt vorm begint te krijgen en je voor jezelf kan zien wat er werkt en wat er niet werkt. Welke zinnen verandert moeten worden en of we daar niet beter een dialoog kunnen plaatsen in plaats van een samenvatting van de voorbije gebeurtenissen.
Maar hoe graag ik het ook zou willen, ik heb zelfs nu niet al te veel tijd om te schrijven. Want de herexamens komen steeds dichter bij en hoewel ik er niet zo veel heb wil ik toch alles op alles zetten om voor die paar vakken toch nog te slagen.
Maar genoeg over mijn persoonlijke successen en tegenslagen en over naar wat je de komende weken van deze blog mag verwachten.  Wel, enkele maanden zijn er drie verhalen van mijn hand verschenen. Eentje in het magazine ‘Fantastische Vertellingen’ en de overige twee verschenen in de Gentasia Award- bundels van uitgeverij Annibo. In de weken die komen mogen jullie op deze blog een achtergrond verhaal verwachten van deze drie verhalen. Vooral over het verhaal ‘De zwanenkoningin’ heb ik jullie veel te vertellen. Ik hoop dat jullie er ook enorm naar uitkijken zoals ik.
Mocht je een van de drie verhalen willen lezen dan kan je het magazine of een van de bundels bestellen op de onderstaande linken.
Nu we het toch over verhalen hebben. Ergens deze maand verschijnt mijn twaalfde publicatie ‘De Elfenkring’ in SF Terra.
Om heel eerlijk te zijn ben ik toch wel trots op mezelf. Drie jaar geleden, toen ik mijn eerste publicatie in handen kreeg, had ik nooit gedacht dat ik ooit twaalf verhalen zou publiceren. Het geeft je toch een boost voor je zelfvertrouwen.
Maar de klok tikt ondertussen verder de minuten weg en ik realiseer me nu dat mijn pauze bijna er op zit. Ik vrees dat ik jullie nu moet verlaten om verder te studeren. Maar we zien elkaar weer gauw terug.

Heel dikke knuffels voor iedereen die dit leest,
Nielse Hofmans

Bestel Fantastische Vertellingen nr. 34 (De zwanenkoningin
Bestel de Gentasia Awards- bundels (Hart, Kerst in de sneeuw)